Nieuws uit Lentevreugd bij Wassenaar

UPDATE 22 juli 2017
Zoals verwacht loopt het dier alweer een stuk beter. Nog niet 100% maar het herstel verloopt spoedig via de natuurlijke weg, zonder (stressvolle) tussenkomst van mensen.
EINDE UPDATE

Op Lentevreugd loopt helaas een Konikpaard kreupel. Dit paard is hoefbevangen.

In overleg met meerdere dierenartsen is besloten om het dier voorlopig te laten lopen in het gebied en de kans te geven om te herstellen. Hierboven een foto van het betreffende dier op Lentevreugd.

De komende we(e)k(en) zal het dier gemonitord worden, waarbij er doorlopend overleg wordt gevoerd met de betreffende dierenartsen.

Normaal gesproken lopen deze dieren binnen 6 weken weer normaal bij de kudde, mits de dieren met rust gelaten worden door het publiek en de kans krijgen om zelf te herstellen. De andere optie om het dier niet te laten lijden is euthanaseren, maar hiermee zijn wij natuurlijk terughoudend, zeker omdat onze ervaring leert dat deze sterke dieren binnen een paar weken weer normaal lopen.

De vraag aan het publiek: Houdt afstand van de dieren en vooral…..
Laat het dier vooral met rust en ga er NIET achteraan lopen om even te kijken hoe erg het dier kreupel is!


Meer informatie:

Hoefbevangenheid
Hoefbevangenheid is een zeer vervelende en pijnlijke ziekte voor de dieren. Er zijn vele oorzaken om hoefbevingen te raken, vooral stress en eiwitrijk gras zijn hiervan hoofdoorzaken.

Een teveel aan eiwitrijk gras kan een stofwisselingsziekte veroorzaken bij paarden die hier gevoelig voor zijn.

Het gevolg is een ontsteking in de hoef waardoor het hoefbeentje kantelt. Dit veroorzaakt het pijnlijk en moeizaam lopen, alsmede het uiteindelijk in de acute fase compleet stilstaan van het dier in het veld. Het dier eet hierdoor echter weer minder en, zeker bij deze wilde Konik paarden, hierdoor weer opknappen.

Bij onze ”huispaarden” is het mogelijk om de dieren apart te zetten op een zanderig weiland om hetzelfde effect (het niet eiwitrijk eten) te bereiken. Deze wilde Konik paarden laten zich echter niet zomaar vangen en als we dat wel doen zal het dier volledig in paniek raken op een klein stuk zonder kudde.

Het enige wat wij kunnen doen op deze manier is het dier op eigen kracht de kans geven om op een natuurlijke wijze te herstellen.

Hoeven:
Konikpaarden staan qua afstamming dicht bij onze vroegere Europese wilde paarden. Dit is op allerlei manieren terug te vinden in diverse uiterlijke kenmerken als de aalstreep (over de rug) en de gedrongen, sterke bouw. Voor het oplettende oog zijn er ook nog overblijfselen van “zebra strepen” te zien rond de benen.

Qua gedrag verschillen de Konik paarden ook wezenlijk van onze gedomesticeerde “huis” paarden. Dit is vooral te zien in de schrikreactie en het kuddegedrag van de dieren. Op het moment dat Konikpaarden schrikken is er een enorme paniek en slaan ze acuut op hol. Twee of drie minuten later echter staan ze weer volledig kalm te grazen alsof er niets gebeurd is. Onze huispaarden daarentegen blijven een half uur in het rond trappelen en briesen en raken vaak niet direct volledig in paniek (de “paniekpiek” is lager maar duurt langer). Ook reageren Konik paarden als 1 kudde bij panieksituaties en niet zozeer als afzonderlijke dieren.

Bovenstaande speelt ook een rol bij het beheer.

De Konik paarden die in de natuur in Nederland lopen zijn “wilde” paarden. Ze komen wel dichtbij de mensen en een enkeling wordt ook wel bereden na een hoop training, maar in wezen zijn het wilde paarden. Geboren en getogen buiten op het land, zonder ooit in handen cq stallen te komen. De dieren zijn winterhard en zelfvoorzienend.

De kuddebeheerder monitort de kudde om te zien of er niet teveel dieren lopen in een gebied, dit kunnen de dieren namelijk niet zelf oplossen wegens een incompleet ecosysteem. (Het ontbreken van grote predatoren). Ook worden zieke dieren uit de kuddes verwijderd.

Een onderdeel van de mogelijke ziekten is kreupelheid en hiermee direct verband houdend de conditie van de hoeven van de dieren. Aangezien het vrij levende “wilde” dieren betreft is het niet raadzaam om de dieren elke twee maanden te bekappen zoals het gaat bij onze huispaarden. Wanneer de dieren gevangen zouden worden breekt er paniek uit met het risico dat dieren elkaar onder de voet lopen. Daarnaast moet je om te bekappen de dieren afzonderen uit de kudde en raakt een dergelijk dier nog meer in paniek, met risico op het breken van benen tussen de hekken en erger.

Een oplossing hiervoor welke wij bij hoge uitzondering toepassen is het verdoven van de dieren.

Omdat de Konikpaarden zo dicht bij de natuur staan kunnen ze echter niet verdoofd worden met de reguliere verdovingsmiddelen. Het te gebruiken middel om Koniks te verdoven valt onder speciale wetgeving en moet apart worden aangevraagd. Hier gaan soms dagen overheen.

De dieren worden dan eerst geschoten met een pijl met verdovingsmiddel.

Ongeveer 3 tot 5 minuten liggen de dieren in het veld en kunnen we het dier veilig benaderen om te bekappen. Hierna wordt het dier bijgespoten, springt het in de benen en probeert de (gevluchte) kudde weer te vinden.

Ook dit brengt risico’s met zich mee. (Waar valt het dier neer, verwondt het zich niet tijdens de initiële vlucht en slaat de verdoving niet verkeerd aan waardoor het dier kan sterven).

Omdat bovenstaande acties eigenlijk TE stressvol en TE risicovol zijn om uit te voeren laten wij, gecontroleerd, de hoeven op een natuurlijke manier slijten. Omdat de dieren niet de hele dag op steengrond lopen maar op relatief zachte zandgrond kunnen in de duinen de hoeven langer groeien dan wij gewend zijn van onze huispaarden. Dit wisselt per dier. Wanneer de hoeven lang groeien zullen ze vanzelf afbreken (in delen). Dit is een natuurlijk proces waarmee alle wilde paarden al duizenden jaren geconfronteerd worden in de natuur. Wanneer de hoeven te lang zijn kan het paard hier enige last van krijgen, maar over het algemeen zal de hoef dan snel afbreken. Ook vlak na het afbreken kunnen de dieren enkele dagen last hebben van het proces. Dit omdat de hoef niet zo netjes afbreekt als onze hoefsmeden dit altijd doen, maar op de zwakste plek. Deze plek kan enigszins hoog op de hoef liggen waardoor de dieren ineens van zeer lange naar hele korte hoeven gaan. De hoefstand verandert navenant mee en zorgt voor een wat lastige overgangsperiode.

Over het algemeen zal echter met een paar dagen het dier gewoon weer goed meelopen. Soms duurt dit proces iets langer maar vrij vlot komt het weer helemaal goed en is het paard niet meer te herkennen in de kudde.

Dit zijn in hoofdpunten de redenen waarom vrijlevende Konik paarden in de natuur (en ook bijvoorbeeld Exmoor pony’s) op een hoge uitzondering na niet bekapt worden.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone